“Jonge Vlaming rekende op de overheid om wonen betaalbaarder te maken,
maar net zij krijgen door verhoging registratiebelasting de rekening gepresenteerd”
Brussel, 30 september 2026 – Amper enkele weken voor de beslissing van de Vlaamse regering om de registratierechten op de enige eigen woning opnieuw op te trekken van 2% naar 3%, gaf maar liefst 79,5% van de Vlaamse respondenten jonger dan 35 aan dat ze de betaalbaarheid van wonen voor jonge kopers als één van de twee belangrijkste vastgoedprioriteiten voor de overheid beschouwen. “Het is duidelijk dat de starters het meest rekenden op de overheid, maar dat zij nu het hardst gaan lijden onder deze verhoging”, zegt Johan Krijgsman, CEO van ERA.
Vlak voor de Vlaamse regering aan de begrotingsoefening begon, bevroeg ERA via de Grote Vastgoedenquête tussen 11 augustus en 6 september 1.391 Vlamingen. Van hen zet 64,8% “betaalbaarheid voor jonge kopers, bijvoorbeeld via lagere registratierechten of hulp bij de eigen inbreng” in zijn of haar top twee bij de vraag op welke manier de overheid betaalbaar wonen kon steunen. Geen enkele andere bevraagde beleidsprioriteit werd vaker aangeduid tijdens de steekproef.
“Voor mij is vooral de timing opvallend. We hebben deze mensen bevraagd vóór de verhoging van de registratierechten bekend was. Dit is dus geen peiling voor of tegen die beslissing. De cijfers tonen wel dat de toegang tot een betaalbare woning bij jonge respondenten voordien al heel hoog op de agenda stond. Een verhoging van de aankoopbelasting komt dus op een moment waarop die betaalbaarheid al duidelijk als bezorgdheid naar voren kwam.”
Johan Krijgsman, CEO van ERA Belgium
Lagere registratierechten belangrijker dan rente en loonindexatie
Ook de link met registratierechten komt ook rechtstreeks terug in de gevoerde enquête. Van de Vlaamse respondenten die aangaven dat ze wonen vandaag nog betaalbaar vinden, noemt 46,9% de lagere registratierechten als een factor die bijdraagt aan die betaalbaarheid. Een eventuele lagere rente en zelfs een verwachte loonindexatie scoren lager, met respectievelijk 43,6% voor de rente en 40,7% voor de loonindexatie.
“De cijfers tonen dat de oorspronkelijke maatregel om de registratierechten naar 2% te brengen bij het begin van deze legislatuur bij deze groep nadrukkelijk meespeelt in hoe zij betaalbaarheid ervaren. Zelfs meer dan de rente of de loonindexatie. Dat toont dat zo’n bedrag gelijk aan 1% van de aankoopwaarde voor kopers wel degelijk meespeelt in hun financiële rekensom. Vooral voor de jongere kopers en singles bemoeilijkt dit hun toegang tot de koopmarkt.”
Johan Krijgsman, CEO van ERA Belgium
“Klein” bedrag, maar grote impact
Een terugkeer naar 3% betekent eenvoudigweg 1% van de aankoopprijs extra. Op een woning van €400.000 stijgt de registratiebelasting zo van €8.000 naar €12.000.
Voor een deel van de kandidaat-kopers komt die bijkomende kost bovenop een eigen inbreng die vandaag al moeilijk bijeen te krijgen is. Van de Vlaamse respondenten in de bevraging die aangaven hoeveel eigen middelen ze kunnen inzetten kan 20,1% minder dan 10% van de aankoopprijs zelf inbrengen en rekent 22,3% op financiële steun van ouders of grootouders voor de eigen inbreng.
“Voor veel jonge kopers begint de rekensom niet bij de maandelijkse afbetaling, maar bij het bedrag dat ze vooraf bij elkaar moeten krijgen. De eigen inbreng en de bijkomende aankoopkosten komen op hetzelfde moment samen. Enkele duizenden euro’s extra kunnen daardoor zwaar doorwegen.”
Johan Krijgsman, CEO van ERA Belgium
Kiara De Paep
Johan Krijgsman